.png)

Het begon niet groots.
Geen plan, geen schetsboek, geen moodboard.
Gewoon ik, een warm bad en het zachte geflikker van lichtjes.
Terwijl de stoom tegen de muren sloeg en het water langzaam bewoog, zag ik hoe de kleine elektronische kaarsjes een bijna hypnotiserend ritme hadden. Ze probeerden een echte vlam na te bootsen en ergens vond ik dat ontroerend. Alsof technologie verlangde naar iets menselijks.

Ik begon te denken aan echte kaarsen. Aan hun warmte. Hun geur. Het subtiele gevaar van vuur. Hoe ze leven en sterven tegelijk langzaam opbrandend.
En daarnaast die elektronische versies: veiliger, duurzamer, kleurveranderend, bijna onsterfelijk.
Twee werelden.
Geen van beide beter.
Gewoon anders.
Daar ontstond het idee van acceptatie.
Ik wilde geen tegenstelling maken, geen “natuur versus technologie”-verhaal. Ik wilde dat ze naast elkaar mochten bestaan. Zoals wij dat ook doen: half mens, half machine, levend tussen tastbare herinneringen en digitale schermen.
Voor de foto begon ik mijn omgeving te vervormen. De badrand voelde te alledaags, dus transformeerde ik die tot een rotswand. Plots leek het geen badkamer meer, maar een grot, een soort verborgen plek buiten tijd. Ik kleurde het water donkerblauw, alsof het nacht was. Alsof alles zich afspeelde in een droom.
Daarna fotografeerde ik de kaarsjes afzonderlijk, meerdere keren. Elk lichtpuntje kreeg aandacht. Later bracht ik ze samen en stemde ik hun kleuren op elkaar af — niet perfect identiek, maar harmonieus. Alsof ze leerden samenleven.
Tijdens het bewerken merkte ik iets bijzonders:
ik was niet alleen een beeld aan het maken, ik was ook mijn eigen relatie met technologie aan het verwerken.

Mijn ogen zijn analoog.
Mijn camera digitaal.
Mijn herinneringen emotioneel.
Mijn beelden pixels.
De uiteindelijke foto voelt voor mij als een klein magisch landschap. Alsof je ’s nachts een grot binnenwandelt waar lichtjes zweven op water. Stil. Zacht. Bijna heilig. Een plek waar niets hoeft te winnen.
Waar vuur en LED gewoon samen mogen gloeien.
En misschien is dat wat acceptatie echt is:
niet kiezen tussen oud of nieuw, maar ruimte maken voor beide.